middelen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mid·de·len

Zelfstandig naamwoord

middelen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord middel
Verwante begrippen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
middelen
middelde
gemiddeld
zwak -d volledig

Werkwoord

middelen

  1. (overgankelijk) het gemiddelde nemen van een reeks getallen
    Ik middel de beschikbare gegevens over een vrij lange periode.
    Bij meten is het verstandig meermalen te meten en de resultaten te middelen.