mano

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Esperanto

  enkelvoud meervoud
nominatief   mano     manoj  
accusatief   manon     manojn  

Zelfstandig naamwoord

mano
  1. hand; uiterste deel van de arm, voorbij de pols

Italiaans

Zelfstandig naamwoord

mano v
  1. hand; uiterste deel van de arm, voorbij de pols

Spaans

Zelfstandig naamwoord

mano v
  1. hand; uiterste deel van de arm, voorbij de pols
Aspecten/acties
Persoonlijke instellingen