last
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- last
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | last | lasten |
| verkleinwoord | lastje | lastjes |
Zelfstandig naamwoord
last m
Uitdrukkingen en gezegden
- iemand heeft last van iets
- op last van
op order van
Vertalingen
iemand heeft last van iets
|
op last van
|
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| lassen |
last
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lassen
- Jij last.
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lassen
- Hij last.
- verouderde gebiedende wijs meervoud van lassen
- Last!
Meer informatie
- Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.
Engels
Uitspraak
| stellend | vergrotend | overtreffend |
|---|---|---|
| last | - | - |
Werkwoord
last
Afgeleide begrippen
- [2]: last night
| vervoeging | |
|---|---|
| onbepaalde wijs | to last |
| he/she/it | lasts |
| verleden tijd | lasted |
| voltooid deelwoord |
lasted |
| onvoltooid deelwoord |
lasting |
| gebiedende wijs | last |
Werkwoord
last