kleed
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- kleed
Zelfstandig naamwoord
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kleed | klederen kleren kleden |
| verkleinwoord | kleedje | kleedjes kleertjes |
kleed o
- een stuk weefsel.
- gebruikt als vloer- of tafelbedekking, tapijt
- er lag een prachtig geboorduurd kleed op tafel
- gebruikt als lichaamsbedekking, meestal meervoud
- zijn kleren werden gewassen
- gebruikt als vloer- of tafelbedekking, tapijt
Werkwoord
| vervoeging van |
| kleden |
kleed