kleedkamer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kleed·ka·mer
enkelvoud meervoud
naamwoord kleedkamer kleedkamers
verkleinwoord kleedkamertje kleedkamertjes

Zelfstandig naamwoord

kleedkamer v/m

  1. een ruimte waar men zich omkleden kan
    Hij kreeg een rode kaart en mocht naar de kleedkamer.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen