gewaad

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·waad
enkelvoud meervoud
naamwoord gewaad gewaden
verkleinwoord (gewaadje) (gewaadjes)

Zelfstandig naamwoord

gewaad o

  1. een voornaam en omhullend kledingstuk
    Zij verscheen gehuld in een prachtig gewaad en gesierd met prachtige juwelen.
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
waden

gewaad

  1. voltooid deelwoord van waden
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen