kleren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kle·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • samentrekking van klederen, mv van kleed.
enkelvoud meervoud
naamwoord - kleren
verkleinwoord kleertje kleertjes

Zelfstandig naamwoord

kleren mv

  1. de kleding of kledingstukken
    Jullie moeten vandaag nieuwe kleren kopen.

Zelfstandig naamwoord

kleren mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord kleed
Synoniemen