kiel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- kiel
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kiel | kielen |
| verkleinwoord | kieltje | kieltjes |
Zelfstandig naamwoord
kiel
- m (scheepvaart) een verlenging van de onderzijde van een (zeil)schip die dient om het verlijeren tegen te gaan en het schip een grotere stabiliteit te geven
- v/m (kleding) een kledingstuk zonder voorsluiting dat het bovenlichaam bedekt en onder landbouwers populair was
- m (muziekinstrument) een wigvormig pennetje waarmee in toetsinstrumenten zoals een klavecimbel, een snaar wordt getokkeld
- De kiel of plectrum werd vroeger van een ravenpen gemaakt.
Synoniemen
- [3] plectrum
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
- [1] midzwaard, scheepsromp, zeilschip, zijzwaard, zwaard
- [3] dok, toetsinstrument, tokkelinstrument, spinet
Vertalingen
1. een verlenging van de onderzijde van een (zeil)schip die dient om het verlijeren tegen te gaan en het schip een grotere stabiliteit te geven
2. kledingstuk
3. plectrum
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| kielen |
kiel