kiel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een schip met kiel.
Klavecimbelmechaniek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kiel
enkelvoud meervoud
naamwoord kiel kielen
verkleinwoord kieltje kieltjes

Zelfstandig naamwoord

kiel

  1. m (scheepvaart) een verlenging van de onderzijde van een (zeil)schip die dient om het verlijeren tegen te gaan en het schip een grotere stabiliteit te geven
  2. v/m (kleding) een kledingstuk zonder voorsluiting dat het bovenlichaam bedekt en onder landbouwers populair was
  3. m (muziekinstrument) een wigvormig pennetje waarmee in toetsinstrumenten zoals een klavecimbel, een snaar wordt getokkeld
    De kiel of plectrum werd vroeger van een ravenpen gemaakt.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
kielen

kiel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kielen
    Ik kiel.
  2. gebiedende wijs van kielen
    Kiel!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kielen
    Kiel je?