ijzen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ij·zen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ijzen
ijsde
geijsd
zwak -d volledig

Werkwoord

ijzen

  1. (inergatief) een gevoel van koude ervaren van schrik of angst
    Hij ijsde van de aanblik van wat wel een slagveld leek.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen