glace
Uit WikiWoordenboek
| enkelvoud |
meervoud |
| zonder lidwoord |
met lidwoord |
zonder lidwoord |
met lidwoord |
| glace |
la glace |
glaces |
les glaces |
glace v
- ijs
- L'eau devient la glace à zéro degrés. = Water wordt ijs bij nul graden.
- ijsje
- Il mange une bonne glace. = Hij eet een lekker ijsje.
- spiegel
- L'enfant regarde dans la glace. = Het kind kijkt in de spiegel.
Persoonlijke instellingen