moeten

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • moe·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
moeten
moest
gemoeten
onregelmatig volledig

Werkwoord

moeten

  1. (modaal werkwoord): gedwongen zijn.
    Ik moet naar de wc.
    Hij moest nog drie jaar brommen.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen