had

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • had

Werkwoord

vervoeging van
hebben

had

  1. enkelvoud verleden tijd van hebben
    Ik had.
    Jij had.
    Hij, zij, het had.
  2. vormt de gebiedende wijs van de voltooid verleden tijd
    Had toch langsgekomen!


Bretons

Zelfstandig naamwoord

had

  1. zaad


Engels

Werkwoord

had

  1. verleden tijd van have
  2. voltooid deelwoord van have


Slowaaks

Zelfstandig naamwoord

had m

  1. (dierkunde) serpent, slang.


Tsjechisch

Zelfstandig naamwoord

had m

  1. (dierkunde) serpent, slang.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen