dubbel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- dub·bel
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | dubbel |
| verbogen | dubbele |
Bijvoeglijk naamwoord
dubbel
- tweemaal voorhanden
- Hij kreeg een dubbele uitkering.
Uitdrukkingen en gezegden
Dubbel liggen.
Vertalingen
1. tweemaal voorhanden