dubbeldekker

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dub·bel·dek·ker
enkelvoud meervoud
naamwoord dubbeldekker dubbeldekkers
verkleinwoord dubbeldekkertje dubbeldekkertjes

Zelfstandig naamwoord

dubbeldekker m

  1. (luchtvaart) een vliegtuig met twee evenwijdige vleugels boven elkaar
    Tussen de beide wereldoorlogen waren dubbeldekkers erg in zwang.
Vertalingen