dief

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dief
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord dief dieven
verkleinwoord diefje diefjes

Zelfstandig naamwoord

dief m

  1. iemand (persoon of dier) die iets steelt
Synoniemen
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
dieven

dief

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dieven
    Ik dief.
  2. gebiedende wijs van dieven
    Dief!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dieven
    Dief je?
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl



Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord dief diewe

Zelfstandig naamwoord

dief

  1. dief