onverwacht
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- on·ver·wacht
Woordherkomst en -opbouw
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | onverwacht |
| verbogen | onverwachte |
Bijvoeglijk naamwoord
onverwacht
- niet van tevoren zien aankomen
- Door een onverwacht overlijden van mijn moeder kon ik niet naar de voetbalwedstrijd.