onverwacht

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·ver·wacht
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen onverwacht
verbogen onverwachte

Bijvoeglijk naamwoord

onverwacht

  1. niet van tevoren zien aankomen
    Door een onverwacht overlijden van mijn moeder kon ik niet naar de voetbalwedstrijd.
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen