schurk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schurk
enkelvoud meervoud
naamwoord schurk schurken
verkleinwoord schurkje schurkjes

Zelfstandig naamwoord

schurk m

  1. (scheldwoord) een persoon die kwaad bedrijft
    Die hele regering bestaat uit dieven, schurken en oplichters!
  2. een ondeugend kind
    Wat een schurk ben jij toch!
Vertalingen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
schurken

schurk

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zich schurken
    Ik schurk me.
  2. gebiedende wijs van zich schurken
    Schurk je!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zich schurken
    Schurk je je?