diefstal

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Diefstal.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dief·stal
Woordherkomst en -opbouw

Van het Middelhoogduitse diepstâle.

enkelvoud meervoud
naamwoord diefstal diefstallen
verkleinwoord diefstalletje diefstalletjes

Zelfstandig naamwoord

diefstal m

  1. het zich onrechtmatig toe-eigenen van goederen of andere bezittingen die aan een ander toebehoren
    Hij werd van diefstal beschuldigd.
Vertalingen