kruimeldief
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- krui·mel·dief
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kruimeldief | kruimeldieven |
| verkleinwoord | kruimeldiefje | kruimeldiefjes |
Zelfstandig naamwoord
kruimeldief
- een apparaat om te stofzuigen
- De gemorste koffie was zo opgeruimd met de kruimeldief.
- een persoon die kleine misdrijven pleegt
- De kruimeldief had met de overval op de sigarenboer nog geen 50 euro verdiend.