boot

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • boot
enkelvoud meervoud
naamwoord boot boten
verkleinwoord bootje bootjes

Zelfstandig naamwoord

boot v/m

  1. een klein vaartuig.
    Ik vaar in het weekend met mijn boot.
Vertalingen
Spreekwoorden
Verwante begrippen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen