vaartuig
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈvaːrtœyx/
- (Vlaanderen, Brabant): /ˈvaːrtœx/
Woordafbreking
- vaar·tuig
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | vaartuig | vaartuigen |
| verkleinwoord | vaartuigje | vaartuigjes |
Zelfstandig naamwoord
vaartuig o
- een vervoermiddel voor vervoer over wateroppervlakten
- Het zelfgemaakte vlot bleek geen zeewaardig vaartuig te zijn.
Verwante begrippen
Vertalingen
1. een vervoermiddel voor vervoer over wateroppervlakten
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.