schuit

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een klein type schuit
Een schuitje van een weefgetouw

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schuit
enkelvoud meervoud
naamwoord schuit schuiten
verkleinwoord schuitje schuitjes

Zelfstandig naamwoord

schuit v/m

  1. (scheepvaart) een eenvoudig open vrachtvaartuig zonder dek, opbouw of aandrijving
    Het schuitje lag vlak bij de haven in het water te dobberen.
  2. (textielindustrie) bij het weven gebruikte houder met het klosje garen
  3. (schertsend) een grote schoen
    Wat een schuiten heb je toch!
Synoniemen
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • in hetzelfde schuitje zitten
in dezelfde moeilijkheden zitten
Vertalingen

Meer informatie