bateau

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Frans

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Komt van het Oudfranse batel, dat op zijn beurt samengesteld is uit het Oudengelse bāt (Engels: boat) en het achtervoegsel -ellus uit het Latijn.
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  bateau     le bateau     bateaux     les bateaux  

Zelfstandig naamwoord

bateau m

  1. boot, schip
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

Monter un bateau à quelqu'un.

  • Iemand beetnemen.
Persoonlijke instellingen