arts

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • arts
enkelvoud meervoud
naamwoord arts artsen
verkleinwoord artsje artsjes

Zelfstandig naamwoord

arts m

  1. (beroep) een mannelijke geneeskundige die bevoegd is een praktijk uit te oefenen
    Ga morgen even bij de arts langs.
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie


Engels

Zelfstandig naamwoord

arts mv

  1. meervoud van art


Frans

Zelfstandig naamwoord

arts m mv

  1. meervoud van art