praktijk
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: praktijk (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland, Limburg) /prɑkˈtɛɪ̯k/
- (Vlaanderen, Brabant) /prɑkˈtɛːk/
Woordafbreking
- prak·tijk
| v/m [1] | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | praktijk | praktijken |
| verkleinwoord | praktijkje | praktijkjes |
| v/m [2] | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | praktijk | praktijken |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
- de ruimte waarin bijvoorbeeld een arts, fysiotherapeut of advocaat zijn/haar beroep uitoefent.
- Omdat hard pratende mensen in de praktijk soms in de wachtkamer hoorbaar waren, liet de huisarts in de wachtkamer muziek spelen.
- hoe dingen werkelijk gaan, soms in tegenstelling tot hoe zaken in theorie zouden moeten functioneren.
- In de praktijk blijkt telkens weer dat een dergelijke opbouw van een winkelcentrum tot desolate plekken leidt.
| mv | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | - | praktijken |
| verkleinwoord | - | - |
praktijk mv
- gewoonte(n), manier van doen, handeling(en).
- Er is al verschillende keren aangegeven dat wij van zulke praktijk niet gediend zijn; als jullie zoiets nogmaals doen zal dat tot consequenties leiden.
Vertalingen
mv gewoonte(n), manier van doen, handeling(en)
in te delen vertalingen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.