dokter

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: doctor
Een dokter.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dok·ter
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Latijnse doctor
enkelvoud meervoud
naamwoord dokter dokters, doktoren
verkleinwoord doktertje doktertjes

Zelfstandig naamwoord

dokter m

  1. (beroep), (medisch) een arts, een geneesheer
Overerving en ontlening
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie


Indonesisch

Woordafbreking
  • dok·ter
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

dokter

  1. (beroep), (medisch) arts, dokter