woestaard

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • woest·aard
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van woest met het achtervoegsel -aard
enkelvoud meervoud
naamwoord woestaard woestaarden
verkleinwoord woestaardje woestaardjes

Zelfstandig naamwoord

woestaard m

  1. (pejoratief) iemand zonder enig gevoel voor beschaving of fatsoensnormen
    • Hij was een woestaard zonder eer of trouw.[1] 
  2. (dierkunde) een wild, gevaarlijk en/of onstuimig dier


Gangbaarheid

64 % van de Nederlanders;
56 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. De dolle vaandrig. Tweede deel: Breero, A.M.de Jong, 1947, p.322
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be