Naar inhoud springen

warmer

Uit WikiWoordenboek
  • war·mer
enkelvoud meervoud
naamwoord warmer warmers
verkleinwoord - -

dewarmerm

  1. een voorwerp waarmee men iets kan opwarmen of warm houden

warmer

  1. onverbogen vorm van de vergrotende trap van warm
     Ze hadden de beschikking over ijsblokjes en limonade en kamers waar het niet warmer werd dan 21 graden.[2]
     Om te proberen wat warmer te worden pakte ik het grondzeil van mijn tent en wikkelde dit een paar keer als een cocon om mijn slaapzak heen.[3]
     ' 'Waarom?' Johannes' stem wordt warmer als hij haar plaagt.[4]
99 %van de Nederlanders;
97 %van de Vlamingen.[5]
  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Cheryl Strayed
    “Wild : over jezelf verliezen, terugvinden & 1700 kilometer hiken” (2012), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789021803555
  3. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  4. Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de gouden bocht” (2014), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789021809526
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be