oorwarmer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

klant met oorwarmers
Oorwarmer voor professioneel buitengebruik zoals in de houtkap die harde geluiden buitensluit maar normale conversatie doorlaat.
Uitspraak
Woordafbreking
  • oor·war·mer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord oorwarmer oorwarmers
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

oorwarmer m

  1. een kledingstuk dat gemaakt is om de oren buitenshuis warm te houden bij koude weersomstandigheden
    • Al was er bij de start ook tijd voor grappen. Wereldkampioen Philippe Gilbert zette wollen oorwarmers op. Taylor Phinney maakte van de busreis van Deinze naar Gistel gebruik om te twitteren. „Weet iemand of we La Manie nog doen”, verwees de Amerikaan ironisch naar een beklimming in Milaan-Sanremo, waar de wedstrijd vorige week werd onderbroken wegens sneeuwval. [1] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. NRC Maarten Scholten 25 maart 2013
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be