handwarmer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hand·war·mer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord handwarmer handwarmers
verkleinwoord handwarmertje handwarmertjes

Zelfstandig naamwoord

handwarmer m

  1. zakje met gekristalliseerde oplossing dat na knikken warm wordt en dan kan worden gebruikt om de handen te warmen

Bijvoeglijk naamwoord

handwarmer

  1. onverbogen vorm van de vergrotende trap van handwarm

Meer informatie

Gangbaarheid