wal

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wal
1. en 2. enkelvoud meervoud
naamwoord wal wallen
verkleinwoord walletje walletjes
3. enkelvoud meervoud
naamwoord wal -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

wal m

  1. aarden verhoging als verdediging tegen een vijand
  2. aarden verhoging als verdediging tegen een overstroming
  3. het vaste land in tegenstelling tot het boord van een schip
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Voet aan wal zetten.
    • Aan wal gaan.
Vertalingen