walvisvaarder

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Nieuwe (met dubbele schoorstenen) en oude Willem Barentz, walvisvaarders
Uitspraak
Woordafbreking
  • wal·vis·vaar·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord walvisvaarder walvisvaarders
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

walvisvaarder m [1]

  1. schip waarmee men op walvissen jaagt
    • De dierenrechtenactivisten van Sea Shepherd staken voorlopig hun strijd op zee tegen Japanse walvisvaarders. Oprichter Paul Watson zei volgens Australische media dat nauwelijks valt te concurreren met de „militaire technologie” die de Japanners inzetten om hun vloot te beschermen.[2] 
    • In een vitrine staat de schooltas van biologieleraar dr. A.B. van Deinse. „Gemaakt van de huid van de penis van een vinvis. Had de scheepsarts van de Willem Barendsz, de laatste walvisvaarder, voor hem meegenomen en op Sinterklaasavond 1957, gerold om het bekkenbot van de vinvis, voor zijn deur gezet.”[3] 
  2. kapitein van een schip waarmee men op walvissen jaagt
    • Japanse walvisvaarders hebben dinsdag voor de Amerikaanse rechter naar eigen zeggen een belangrijke overwinning behaald op hun aartsvijanden van Sea Shepherd.[4] 
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Telegraaf 29 aug. 2017
  3. de Telegraaf MARIE-THÉRÈSE ROOSENDAAL 13 jan. 2017
  4. de Telegraaf 23 aug. 2016