walstro
Uiterlijk

- wal·stro
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | walstro | walstro's |
| verkleinwoord | - | - |
het walstro o
- (bloemplanten) een geslacht Galium
uit de sterbladigenfamilie (Rubiaceae
) met eenjarige of overblijvende kruidachtige planten. Het geslacht komt met vierhonderd soorten voor in de gematigde zones van beide halfronden
- walstrobremraap, walstroleeuwenbek
- geel-walstroramshoorn, walstrobandspanner, walstrobloem, walstrofamilie, walstrograafwants, walstrohaantje, walstropijlstaart, walstroramshoorn, walstrospanner, walstrostengel, walstrotop, walstrowants, zwarte walstrowants
- Het woord walstro staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "walstro" herkend door:
| 37 % | van de Nederlanders; |
| 32 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ walstro op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Bloemplanten in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 37 %
- Prevalentie Vlaanderen 32 %