vreemdeling

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vreem·de·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vreemdeling vreemdelingen
verkleinwoord vreemdelingetje vreemdelingetjes

Zelfstandig naamwoord

vreemdeling m

  1. iemand die uit een ander gebied of land afkomstig is dan het onderhavige
    • De vreemdeling verbleef in een asielzoekerscentrum. 
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Een vreemdeling in Jeruzalem zijn
ergens niet bekend zijn met de gang van zaken of zich ergens niet thuis voelen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie