vreemdelingenangst

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vreem·de·lin·gen·angst
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vreemdelingenangst -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

vreemdelingenangst m

  1. een irrationele en/of obsessieve angst voor vreemdelingen en/of buitenlanders
Verwante begrippen


Meer informatie

Gangbaarheid