zinsdeel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zins·deel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zinsdeel zinsdelen
verkleinwoord zinsdeeltje zinsdeeltjes

Zelfstandig naamwoord

zinsdeel o

  1. (taalkunde) syntactische eenheid binnen een zin
    • 'Het' als persoonlijk voornaamwoord is altijd een zinsdeel. 
Synoniemen
Hyperoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie