bewandelen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·wan·de·len
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

bewandelen [1]

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bewandelen
bewandelde
bewandeld
zwak -d volledig
  1. dat over iets gewandeld kan worden
    • Dit pad is zo glibberig en smal dat je het eigenlijk niet kunt bewandelen. 
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
kiezen voor het compromis
de eerlijke manier gebruiken

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen