volmaakt

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vol·maakt
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen volmaakt volmaakter volmaaktst
verbogen volmaakte volmaaktere volmaaktste
partitief volmaakts volmaakters -

Bijvoeglijk naamwoord

Bijwoord

volmaakt

  1. zonder enig gebrek
    • De volmaakte man of vrouw bestaat niet. 
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
volmaken

volmaakt

  1. (in een bijzin) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van volmaken
    • ... dat jij volmaakt. 
  2. (in een bijzin) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van volmaken
    • ... dat hij volmaakt. 
vervoeging van
volmaken

volmaakt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van volmaken
    • Jij volmaakt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van volmaken
    • Hij volmaakt. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van volmaken
    • Volmaakt! 
  4. voltooid deelwoord van volmaken

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.