parfait

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • par·fait
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Frans [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord parfait
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

parfait m

  1. een luxe ijssoort bestaande uit een mengsel van lucht, eidooier, room en suiker die zonder machine en in vele smaken gemaakt kan worden
    • Ongeluk, of niet. Het maakt het gerecht er niet minder lekker om. Hieronder vind je een recept voor een kweeperen tarte tatin met bloedsinaasappelparfait en granaatappelgel. [2] 
    • Het dessert is net zo heerlijk als het er uit ziet: een parfait van vanille en pure chocolade met geschaafde chocolade karamel/zeezout, vergezeld door een kletskop, slagroom en gemarineerd rood fruit van het seizoen. Ter afsluiting een kop koffie, cappuccino, espresso of thee. [3] 
    • Dat de chef van verrassende smaakcombinaties houdt, blijkt bij het dessert: parfait van nougat Montelimar, kruim van merinque, coulis van aardbeien, oude aceto balsamico en salamander (kroketje) van munsterkaas. [4] 
Synoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

85 % van de Nederlanders;
75 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen