volgend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vol·gend
stellend
onverbogen volgend
verbogen volgende
partitief volgends

Bijvoeglijk naamwoord

volgend:

  1. later komend
    • Volgend jaar, de volgende auto. 
     Maar terwijl die Pieten speelgoed maken, pepernoten bakken en alles klaarmaken voor de volgende reis naar Holland, trekt Sinterklaas op zijn paard door de hoge Spaanse bergen, op zoek naar een nieuw Pietje.[1]
Hyponiemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van: volgen
verbogen vorm: volgende

volgend

  1. onvoltooid deelwoord van volgen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Marijke van Raephorst op Wikipedia “Het hele jaar rond: van Sinterklaas tot Sintemaarten” (1973), Lemniscaat op Wikipedia, p. 11