eerstvolgend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • eerst·vol·gend
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen eerstvolgend
verbogen eerstvolgende
partitief eerstvolgends

Bijvoeglijk naamwoord

eerstvolgend

  1. de eerste die ergens na komt
    • De eerstvolgende tram komt over vijf minuten. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.