neste

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nes·te

Bijvoeglijk naamwoord

neste

  1. verbogen vorm van de overtreffende trap van nes


Afrikaans

Zelfstandig naamwoord

neste

  1. meervoud van nes


Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking
  • ne·s·te

Werkwoord

neste

  1. informeel tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs van het imperfectieve werkwoord nést
  2. tweede persoon meervoud gebiedende wijs van het imperfectieve werkwoord nést