verbeteren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·be·te·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van beter met het voorvoegsel ver-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verbeteren
verbeterde
verbeterd
zwak -d volledig

Werkwoord

verbeteren

  1. (overgankelijk) beter maken, de kwaliteit verhogen
    Zij verbeterden de software daarmee aanzienlijk.
  2. (overgankelijk) van fouten ontdoen
    De leraar verbeterde het proefwerk van een van zijn studenten.
  3. (ergatief) beter worden
    Allengs verbeterde het weer.
  4. (wederkerend) zich ~ een zelfgemaakte fout of verspreking rechtzetten
    Ik bedoelde natuurlijk "Antwerpen", niet "Brussel", verbeterde hij zich.
Synoniemen
  1. (beter maken)
  2. (van fouten ontdoen)
Vertalingen