unie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • unie
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vereniging’ voor het eerst aangetroffen in 1524 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord unie unies
verkleinwoord unietje unietjes

Zelfstandig naamwoord

unie v

  1. samen een eenheid
  2. organisatie met daarin leden die hetzelfde doel voor ogen hebben
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen