ultra

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ul·tra
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ultra ultra's
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

ultra v / m

Bijwoord

ultra m [2]

  1. extremist [3]
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal
  3. Woordenboek der Nederlandse taal


Latijn

Voorzetsel

ŭltrā + accusatief

  1. voorbij
  2. aan de andere kant van
    «Ultra Padum.»
    Aan de overkant van de Po.
  3. meer dan
Synoniemen
Antoniemen