uitgeven

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·ge·ven
naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
uitgeven uitgevend
uitgave
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
uitgeven
gaf uit
uitgegeven
klasse 5 volledig

Werkwoord

uitgeven

  1. overgankelijk geld ~: financiële middelen aanspreken
    • Ik heb toch niet zo veel geld uitgegeven. 
  2. overgankelijk een geschrift in drukvorm verspreiden
    • Dit boek is al in 1934 uitgegeven. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.