toneelles

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • to·neel·les
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord toneelles toneellessen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

toneelles v / m

  1. (toneel) (onderwijs) les in toneelspelen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.