toneelspel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

toneelspel in de openlucht
Uitspraak
Woordafbreking
  • to·neel·spel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord toneelspel toneelspelen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

toneelspel o [2]

  1. een toneelstuk, een toneelvertoning
    • - De Gijsbrecht van Amstel is een bekend toneelspel geschreven door Vondel. 
  2. het toneelspelen
    • De actrice was bekend om haar weergaloze toneelspel. 
  3. een schijnvertoning
    • Haar verdriet was alleen maar toneelspel, ze was maar wat blij dat haar man overleden was en ze kon gaan genieten van de erfenis. 
Synoniemen
Hyponiemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen