toejuiching
Uiterlijk

- Geluid: toejuiching (hulp, bestand)
- toe·jui·ching
- naamwoord van handeling van toejuichen met het achtervoegsel -ing[1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | toejuiching | toejuichingen |
| verkleinwoord |
de toejuiching v
- een waardering uiten door iemand toe te juichen
- Nog voor de botenparade zaterdag tijdens de Gay Pride begint, neemt minister Ronald Plasterk (homo-emancipatie) de eerste toejuiching in ontvangst. ‘Hoera voor Plasterk’, klinkt het uit de mond van zanger Gordon, voor de gelegenheid uitgedost in een roze bisschopstenue.[2]
- Het woord toejuiching staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ Volkskrant Theo Koel 3 augustus 2009