acclamatie

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ac·cla·ma·tie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord acclamatie acclamaties
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

acclamatie v [2]

  1. goedkeuring door applaus
    • Asscher was 31 en de veelbelovende PvdA-fractieleider in de Amsterdamse gemeenteraad. Iedereen ging ervan uit dat hij bij acclamatie gekozen zou worden tot lijsttrekker. Tot een kwartier voor de deadline, toen zich plots Miep van Diggelen meldde, oud-voorzitter van stadsdeel Geuzenveld en directeur van het Amsterdams Centrum Buitenlanders. „Ik vond dat de Amsterdamse PvdA te veel geloofde in één kandidaat”, vertelt Van Diggelen elf jaar later in haar appartement in Amsterdam Nieuw West, terwijl ze een shaggie draait. Grinnikend: ,,Het bestuur was niet verheugd over mijn kandidatuur.”[3] 
  2. in de liturgie: korte bevestiging
    • Amen zeggen is een veel voorkomende liturgische acclamatie. 
Uitdrukkingen en gezegden
  • bij acclamatie aanemen
zonder hoofdelijke stemming aannemen omdat er een algemene instemming is
Vertalingen

Gangbaarheid

85 % van de Nederlanders
76 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal
  3. NRC Thijs Niemantsverdriet 18 oktober 2016